Sportarchieven buiten spel!

Olympisch Stadion Amsterdam
Op 7 juni organiseerde het Nederlandse Platform Particuliere Archieven een studiemiddag rond sportarchieven. Archivarissen en sporthistorici kwamen samen in een gepaste setting: het Olympisch Stadion in Amsterdam. Archiefbank Vlaanderen werkt aan een campagne voor registratie van sportarchieven en was aanwezig.

De middag begon met een rondleiding in de Koninklijke Loge van het Olympisch Stadion. Sporthistoricus Jurryt van de Vooren schetste daarbij een kleurrijk beeld van de Olympische Spelen van 1928 die in het stadion plaatsvonden.

Wilfred Van Buuren, auteur van Handleiding voor het beheer van historische sportarchieven, opende daarna de lezingen met een stand van zaken van de sportarchieven in Nederland. Ondanks een lange traditie in Nederland van bewaring van private archieven (vooral van kerkelijke instellingen, personen en families), is de situatie voor sportarchieven niet rooskleurig. Ze bevinden zich meestal nog bij particulieren of bij de verenigingen zelf. Ze zijn in een slechte materiële staat. En er is helemaal geen gericht beleid vanuit de overheid. De archieven die wel bewaard en consulteerbaar zijn, zijn hoofdzakelijk terug te brengen tot enkele sporttakken: voetbal, tennis, roeien, hockey, atletiek en zwemmen. Kracht- en vechtsporten komen bijvoorbeeld helemaal niet aan bod.

Toch zijn deze archieven van groot belang voor het historisch onderzoek. Ze geven niet alleen een kijk op de geschiedenis van een vereniging zelf, maar ook op de maatschappij van die tijd. Hoe een elitaire sport evolueert naar een volkssport is hiervan een mooi voorbeeld. En ook het publiek is geïnteresseerd: het goed bewaarde en geordende archief van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond staat steevast in de top 10 van de meest geraadpleegde archieven van het Nationaal Archief.

Van Buuren gaf enkele aanbevelingen:

  • Er moet een centraal registratiepunt voor sporterfgoed komen.
  • Er moet een sportarchiefconsulent worden aangesteld.
  • En ten slotte moet de overheid een paar regionale pilootprojecten lanceren en ondersteunen.

Eén regio die het belang van sportarchieven al een tijdje inziet, is Den Haag. Maarten Schenk, directeur van het gemeentearchief, lichtte dit toe. Het stadsbestuur van Den Haag gaf in 2004 aan het gemeentearchief de opdracht om initiatieven te ontwikkelen om sportarchieven veilig te stellen. De motivatie voor de opstart van dit initiatief was het inzicht die sportarchieven geven in de maatschappij, omdat ze verweven zijn met onderdelen van die maatschappij. Veel Haagse bedrijven hadden bijvoorbeeld een eigen voetbal- of hockeyvereniging. Ook de Joodse samenleving uit Den Haag had voor Wereldoorlog II verschillende sportclubs die bijna allemaal verdwenen zijn.

Voor de realisatie van het project kreeg het gemeentearchief geen nieuwe middelen. Het deed beroep op de eigen medewerkers en vrijwilligers. Zij gingen op prospectie in hun omgeving en vonden verbazingwekkend veel materiaal. Het resultaat is te vinden op de speciaal daarvoor opgerichte website www.haagseverenigingen.nl.

Op het einde van de dag wees Jurryt van de Vooren op het belang van gedigitaliseerde documenten voor de sportgeschiedenis. De massa’s periodieken die de laatste jaren gedigitaliseerd zijn, bevatten een schat aan informatie voor sporthistorici. Bovendien beschikt de onderzoeker nu over nieuwe zoekmogelijkheden die hij voordien niet had.

Conclusie: de drie sprekers hamerden vooral op het belang van sport als wezenlijk onderdeel van de samenleving. Sportarchieven reflecteren maatschappelijke ontwikkelingen en evoluties en zijn bijgevolg een belangrijke en onderschatte bron voor veel historici. Regionale initiatieven zoals dat van Den Haag moeten gestimuleerd en uitgebreid worden over het ganse land.

Meer weten?